Indische
Harderwijkers

▲▲▲▲

OGB Design
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Onze Nieuwsbrief

Hotel Stadsdennen als opvangcentrum voor gerepatrieerde Indische Nederlanders

Ik herinner me dat ik op vier of vijfjarige leeftijd eens met mijn oma of mijn moeder op de bus stond te wachten, die ons van de halte bij Hotel Stadsdennen naar de Markt van Harderwijk moest brengen. Het was waarschijnlijk in de winter van 1950/51 of 1951/52.

Bij de halte stond ook een groepje mensen, ik meen dat het er een stuk of vijf waren, die mij op drie manieren bijzonder opvielen. In de eerste plaats hadden ze het kennelijk nog kouder dan wij want ze rilden zichtbaar en ze sloegen voortdurend hun armen om hun eigen lichaam onder het uitroepen van kreten als “poeh!” en “oei, oei!”. In de tweede plaats viel me op dat ze niet erg warm waren gekleed. En tenslotte hadden deze mensen allemaal een bruine huidskleur, waardoor het wel leek alsof het midden in de zomer was in plaats van hartje winter. Dit alles riep bij mij natuurlijk de nodige vragen op en die vragen stelde ik dan ook onmiddellijk aan mijn volwassen begeleidster. “Die mensen komen uit Indië. Ze konden daar niet langer blijven wonen en wonen nu een poosje in Hotel Stadsdennen. En ze hebben het extra koud omdat het in Indië het hele jaar nog warmer is dan bij ons in de zomer. En deze kou hebben ze nog nooit meegemaakt”, was het antwoord.

Ik had al als klein kind een reuze hekel aan de kou - dat is nooit meer veranderd - en ik snapte dan ook niet hoe het mogelijk was dat ze hadden besloten om uit dat paradijselijke, altijd warme land te vertrekken. De werkelijkheid bleek, zoals zo vaak, later heel anders te zijn dan het simpele gedachtengoed van een kleuter.


Hotel Stadsdennen was sinds 1949 eigendom van het echtpaar Poell. Zij woonden ook zelf in het hotel. In 1950 werd er door de Nederlandse autoriteiten koortsachtig gezocht naar tijdelijke opvangruimte voor de duizenden Indische Nederlanders, die na de onafhankelijkheidsoverdracht van eind 1949 niet langer in Indonesië konden of wilden blijven. Daartoe behoorde ook een groot aantal militairen van het voormalige KNIL. Hotel Stadsdennen was een van de locaties, en voor zover ik weet de enige in Harderwijk, waar repatrianten tijdelijk werden ondergebracht. De familie Poell bouwde in allerijl een houten huisje, een soort vakantie woning, achter het hotel, waar zij zelf tijdelijk gingen wonen. Zo ontstond iets meer ruimte voor de Indische Nederlanders. Ik neem nu aan dat de meesten gezinshoofden ex. KNIL militairen waren, wellicht zelfs wel allemaal.


Door het CCKP, het Centraal Comité van Kerkelijk en Particulier initiatief (opgericht in 1950) werd in 1951 en ’52 werd voor zover bekend een drietal bijeenkomsten georganiseerd voor de in Hotel Stadsdennen verblijvende repatrianten. De voorzitster van de afdeling Harderwijk van het CCKP was mevrouw Numan, de echtgenote van de Harderwijkse burgemeester.


De meeste mensen die tijdelijk in Hotel Stadsdennen woonden zijn later, naar ik vermoed, verhuisd naar de Tinnegieter en/of de Veldkamp. In de raadsvergaderingen van de Harderwijkse gemeenteraad kwam de huisvestingskwestie meerdere malen aan de orde. Er werd besloten om in de, begin jaren vijftig in voorbereiding zijnde, nieuwbouwwijken tientallen zogeheten duplex en simplex woningen te bouwen die aan de ex. KNIL militairen werden toegewezen. De bouw geschiedde volgens de “Montalbouw” methode waardoor de oplevering kon worden versneld, zo valt te lezen in de raadsstukken. In een krantenartikel uit april 1953 is te lezen dat Hotel Stadsdennen toen dienst deed als huisvesting van de militaire staf. Maar in januari 1953 werd een uitgebreide ingezonden brief gepubliceerd in het Schilders Nieuws en advertentieblad, waarin gewag wordt gemaakt van het gezin van een onderofficier, dat al 28 maanden in De Stadsdennen verblijft en waarvoor nog steeds geen huisvesting is gevonden. Dat gezin zat daar dus al sinds de herfst van 1950. Kennelijk was toch in de loop van 1952/1953 inmiddels de huisvesting van de Indische Nederlanders op andere, meer permanente, locaties gerealiseerd. Dat kan ook wel aardig kloppen want de eerste straten van de Tinnegieter werden, voor zover ik me herinner, vanaf eind 1952 bewoond.

Peter Offerman

Ex-Harderwijker en schrijver van de blog Herinneringen aan Harderwijk