Indische
Harderwijkers

▲▲▲▲

OGB Design
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Onze Nieuwsbrief

Jaap Dijks (1931) werkte rond 1950 als kok in Hotel Stadsdennen

Jaap Dijks heeft een lang leven achter de rug waarin hij veel heeft meegemaakt. Mooie dingen, maar ook minder mooie. Al vroeg werd hij geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog want hij groeide op in de schaduw van concentratiekamp Westerbork.

Na de oorlog meldde een jonge Jaap zich als oorlogsvrijwilliger, mede ingegeven door het feit dat hij familie in Nederlands-Indië had. 3½ jaar verbleef hij als militair in de kolonie, voordat hij in 1949 terugkeerde naar Nederland. Hij ging als kok aan het werk in de W.G.F. kazerne en werd gedetacheerd in Hotel Stadsdennen dat was ingericht als opvanghuis voor repatrianten.


'De eerste groep die naar Harderwijk kwam waren Zuid-Molukkers, allemaal officieren. Hun gezinnen gingen naar Westerbork maar zij werden (met bedienden) in Hotel Stadsdennen ondergebracht. Het was voor deze militairen een grote overgang, maar over het algemeen pasten ze zich goed aan. Van huis uit waren de officieren gewend aan drie rijstmaaltijden per dag, maar wij probeerden ze een beetje te laten wennen aan het Nederlandse eten. En om dat een beetje aangenaam te maken kochten we de gekneusde eieren van de eenden boeren aan de Parallelweg om die te koken en bij het ontbijt te serveren. De mannen waren daar gek op. Toch bleef de behoefte aan rijst groot en daar deden we ook ons best voor. We kookten rijst, spreidden het over een tafel en dekten het af met een laken. De volgende dag was de rijst goed droog en kon prima gebakken worden. Ook sambal oelek maakten we zelf van Spaanse pepers. We hadden in die tijd ook een bar die om 12.00 uur open ging en er werd stevig gepimpeld. Nogal wat militairen besteedden hun soldij aan drank en wat er overbleef ging naar hun gezinnen. Na een korte periode vertrokken de Zuid-Molukkers uit Harderwijk om zich bij hun gezinnen in Westerbork en Smilde te voegen'.


'Nadat Hotel Stadsdennen een poosje leeg had gestaan kwamen de KNIL-militairen met hun gezinnen. Stadsdennen had 16 kamers en tussen twee kamers lag een toilet/bad unit, waar de gasten uit die twee kamers gebruik van konden maken. Een groot gezin kreeg meestal twee kamers toegewezen en als er bedden tekort waren leverde het leger stapelbedden. Soms werd ook de badkamer gebruikt als slaaphok, want het was elke dag improviseren'. Jaap Dijks zorgde, samen met vier dienstplichtige collega's voor de maaltijden en hield toezicht op het restaurant. 'Hoewel het altijd vol was en mensen er niet onder de meest ideale omstandigheden verbleven, waren er weinig onderlinge moeilijkheden' herinnert Dijks zich. Ook hier was de ploeg druk met het vervaardigen van de dagelijkse maaltijd. ‘Wit brood was populair’ zegt Dijks, ‘maar we probeerden de mensen zoveel mogelijk aan het bruine brood te krijgen omdat dat een betere voedingswaarde had. Kinderen waren gek op jam en hagelslag en ook hier probeerden we de Nederlandse pot, 'aardappels groente en een stukje vlees' te promoten, maar 'Indisch eten' bleef populair’.


Toch probeerden we het zo goed mogelijk te doen om de mensen een beetje te verwennen. Bleef er vlees over, dan maakten we daar kroketten van. Ik heb wel eens in een weekeinde met de hand 500 vleeskroketten staan draaien.'


Kinderen die naar school gingen moesten vanaf het hotel, aan de Leuvenumseweg, naar de stad lopen en zij kregen een lunchpakket met boterhammen, fruit en melk mee. Het was te ver om tussen de middag naar het hotel terug te komen, dus ze bleven op school.

Als een familie een huis kreeg toegewezen vertrokken ze naar hun eigen woning en daar keken de meeste mensen vol verlangen naar uit. Weer een eigen dak boven het hoofd was iets waar iedereen naar uitkeek. De opbouw van de wijken Tinnegieter en Wittehagen betekende dat Hotel Stadsdennen geleidelijk leeg kwam te staan en weer in gebruik werd genomen door defensie. Jaap Dijks kreeg een baan aangeboden als timmerman, eerst bij de W.G.F.-, daarna in de Generaal Spoor-, en vervolgens in de Jan van Schaffelaarkazerne.

De laatste twintig jaren van zijn loopbaan werkte hij als timmerman bij Monumentenzorg.

'April/mei, vind ik een moeilijke tijd omdat het me herinnert aan vroeger en alle ellende die gepasseerd is. Ik heb er nooit veel over gepraat, maar o.a. op aandringen van vriend en buurman Piet Dijksta, geeft hij tegenwoordig wat meer lucht aan zijn gevoelens. Toch houdt hij zich verre van evenementen en herdenkingen'.' Ik heb genoeg gezien', aldus Dijks.