Indische
Harderwijkers

▲▲▲▲

OGB Design
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Onze Nieuwsbrief

Renske’s verhalen


De zwarte bladzijde van Indie  05-13

De man zonder erkenning  12-12

Mijn roots  07-12

De Tinnegieter  03-11




________________________________________________________________________________

De zwarte bladzijde van Indie

Stel je voor je bent alles kwijt en je bent in een vreemd land. Het enige wat je nog hebt zijn een paar koffers met inhoud. Je denkt dat je van binnen in brand staat, omdat er rook uit je mond komt. Je weet niet dat dit komt door warmte van je adem die damp wordt door de kou en iedereen lacht je uit, maar jij bent alleen maar bang en moe van de enorme reis. Je begrijp niet goed wat er aan de hand is. Alles is grauw. Het ruikt niet zo lekker als in je thuisland en de mensen kijken donker en zien er anders uit.


Zo moet het ongeveer geweest zijn toen mijn oma eind 1950 voet op de Nederlandse bodem had gezet met haar ouders en zeven broertjes en zusjes. Ze was bijna 14 jaar toen ze in een klein pension terecht kwamen. Berooid met een getraumatiseerde vader omdat hij kapot was gemaakt door de Jappen. Een liefdevolle moeder die haar acht kinderen had beschermd als een tijgerin en nu haar glans en schoonheid verloren had. Ze hadden na het Jappenkamp nog maanden rond gezworven over de verschillende eilanden totdat ze haar man terug gevonden had. Ook al stond hij op de dodenlijst en zag hij er ook meer dood dan levend uit. Ze bleven maar kort bij elkaar want toen hij weer een geweer vast kon houden werd hij op pad gestuurd om bij het KNIL de opstand van de Inlanders neer te slaan.


Het normale leven keerde terug de kinderen gingen weer naar school en de toekomst zag er beter uit. Er werden zelfs weer kinderen geboren maar het geluk was van korte duur want Nederlands Indië moest worden teruggeven aan haar volk. Blijven dat wilde ze niet. Haar man weigerde om te vechten voor de Indonesiërs. In Nederland zouden ze het goed hebben. Haar man kon perfect Nederlands en beter schrijven dan menig andere Hollander. Waarom blijven in het land, dat haar zoveel pijn had gedaan?


Ze verlieten het mooie huis, nemen afscheid van de baboe en de andere hulpen. Weg gaan ze, een vluchtroute via Bali en Surabaya en de bergen bij Jakarta, alles achterlatend wat ze weer hadden opgebouwd en voor de zoveelste keer opnieuw beginnen. In een koffer zit het meest kostbare bezit en de foto’s. Ze heeft er huisraad voor moeten achterlaten; dat wat het kamp had overleefd en dat wat nu die lange reis naar Nederland vast ook zou overleven, dat alleen kon mee.

Foto's van een zorgeloos leven, jeugd foto’s van zich zelf, verlovingsfoto en de eerste foto's van de kinderen. Tempo Doeloe.


De meeste mensen die in die jaren naar Nederland vertrokken gingen met een schip, een lange vaart, die een aantal weken duurde. Dat ging niet op voor deze familie, de jongste was ziek en de reis zou hij nooit overleven. Na veel smeken en onzekerheid konden ze uiteindelijk opstappen in een omgebouwd leger vliegtuig een oude Dakota. Mijn oma heeft nooit meer willen vliegen sinds die reis. Het geronk van de motoren het schudden. Het plotseling ophouden van de motor. Het is niet voor te stellen hoe beangstigend het moet zijn geweest. Haar tweelingbroer ging ontzettend tekeer omdat zijn krekel was afgepakt die hij mee had genomen uit zijn geboorteland. De noodlanding in het oude Bagdad met een rare man met een tulband die haar wilde kopen van haar ouders.

En de landing in het koude Nederland waar het vroor en dat kenden ze al helemaal niet.


Nederland, was dit Nederland? Kinderen die je uitlachen omdat je donker bent, norse mensen die alleen maar aan zich zelf denken. 'Ja wij hebben ook honger gehad hoor!' De onmacht van haar vader, die trotse man, die nu ineens in rang werd verlaagd. 'Ja je kunt geen Nederlands!' werd er geroepen door de Nederlanders. Haar vader die haar verbood om Maleis te spreken, die je op je kop gaf als je de D of de T op de verkeerde plek zette. Hoe is het mogelijk dat ze zo behandeld werden? Over de oorlog werd niet meer gesproken, ze waren nu Nederlanders en ze moesten zich aanpassen. Bijna geruisloos gingen ze op in Holland . Ze moesten alleen eerst nog flink bedonderd worden, discriminatie ondergaan en de heimwee doorstaan. Ze hebben geen kik gegeven.


Nu 60 jaar later ben ik de vierde generatie. Mijn oma is nu geen 14 meer maar een oudere dame van 76. Haar moeder is overleden op haar 70e en was door pijn en verdriet verteerd. Drie kinderen verloren waaronder haar oudste dochter Liesje, een paar jaar nadat ze in Nederland aangekomen waren, die alles met haar had meegemaakt. Toch was zij de leeuwin van de familie. Ze ging nooit zitten - een gewoonte die volgens mij is overgaan op haar dochter mijn oma - en later op mijn moeder. Ze trouwde met haar grote liefde Andries Verhoeve, mijn opa een grote blonde Fries, die ook vijf jaar in Indonesië had gezeten in militaire dienst tijdens de politionele acties. Het toppunt van integratie in de Nederlandse maatschappij. Hoewel ik blond ben en er Nederlands uit zie heb ik nooit de afkomst van mijn moeders familie verloochend. Mijn oma daarentegen zegt altijd dat ze niet Indisch is, ze is een Harderwieker. Zo is het er ingestampt. Toch zou ik net als mijn moeder, mijn kinderen leren over hun Indische afkomst. Met al de foto's die mijn overgrootmoeder Engelbertha Jacobs heeft mee genomen i.p.v. haar andere kostbare bezittingen.


________________________________________________________________________________

De man zonder erkenning

OGB DesignMijn overgrootvader heb ik maar kort gekend. Ik herinner hem als een wat tengere oude man. Hij wist nooit mijn naam, ik dacht altijd dat hij een spelletje met me speelde. Later weet je wel beter. Het is moeilijk voor te stellen dat het mijn overgrootvader is. Op de foto toen ik ongeveer vier jaar oud was. Een blond meisje bij een oude Indische man. Veel weet ik niet over mijn overgrootvader. Zijn naam was Ferdinand Jacobs geboren in Indonesië. Al vroeg belandde hij in het weeshuis van Pa van der Steur. Daar leerde hij mijn overgrootmoeder kennen. Ze trouwden en mijn overgrootvader werkte voor het KNIL.


In de Tweede Wereldoorlog raakte de familie van elkaar gescheiden. Mijn overgrootvader werd opgepakt en te werk gesteld aan de Birma spoorlijn. Mijn overgrootmoeder belandde met de kinderen na veel omzwervingen in een Jappenkamp. Veel kunnen mijn oud ooms en oma niet vertellen hierover omdat ze nog vrij klein waren. Mijn overgrootvader zelf heeft nooit iets verteld over het werk aan de Birma spoorlijn. Wel weet ik dat er strubbelingen waren tussen mijn overgrootmoeder en overgrootvader over de Jap. Mijn grootmoeder vond dat je niet alle Jappen over een kam mocht scheren, niet alle Jappen waren slecht. Er was een Jap geweest in het kamp die zorgde voor haar kinderen als ze aan het werk moest. Overgrootvader die had beduidend slechtere ervaringen met de Jap.

Om er achter te komen wat mijn overgrootvader Ferdinand Jacobs heeft mee gemaakt, heb ik contact gezocht met de heer John la Gordt Dillié, een oud marinier. Deze man, die toch al bijna 90 jaar is, spreekt nog met zoveel overtuiging en kracht alsof alles nog maar net gebeurd is. Wat hij mee gemaakt heeft, is bijna niet voor mogelijk te houden. Alles heeft hij opgeschreven in het boekje. “ Eens marinier,…”. Een voorbeeld wat ik hier uit haal is zijn liefde voor het Nederlands koninkrijk


Een stukje uit zijn boek (Eens marinier …)
Iedere ochtend stond ik bij de poort naar een mogelijkheid te zoeken voor een vluchtpoging want in het kamp kon ik niets doen, maar als ik eenmaal buiten zou zijn, dan kon ik verkleed als Indonesiër heel wat doen wat voor de vijand minder prettig zou zijn. Toen ik op een van de ochtenden weer bij de poort stond te kijken , kwam 15-12-12)de Japanse wachtcommandant naar mij toe en vroeg. “You go?” en zwaaide met zijn rechterhand naar buiten. Ik knikte, “Wait”.


Hij ging het wachtlokaal in, kwam terug met de Nederlandse vlag en spreidde die uit op de grond. Met zijn hand maakte hij een gebaar. Ik moest over de Nederlandse vlag lopen, de vrijheid in. Ik wees naar zijn linkerhand naar zijn revolver en met mijn rechter wijsvinger gestrekt tegen mijn rechter slaap. “Pang”. Ik wees daarna naar de vlag en zei: ”Never, ik ga liever dood”. Hij knikte en stuurde mij toen het kamp in met een schop onder mijn achterwerk. De schop onder het achterwerk was een licht begrip. Als de Jap je strafte, kwam je er niet zo gemakkelijk vanaf.


De verbazing blijft me achtervolgen na het lezen van zijn boek. Hoeveel leed deze man heeft doorstaan als een jong jochie van 16 jaar. Altijd maar klaar staan voor anderen, eten afstaan, bij elk nieuw kamp weer helpen met het bouwen van een ziekenbarak en buiten bloot staan aan alle ellende van het oerwoud. Aan het einde van zijn relaas laat hij ook nog een enorm litteken zien waar hij toen een tropenzweer had opgelopen. “Wat kreeg u dan te eten toen u daar gevangen zat?”, vroeg ik , omdat ik natuurlijk wilde weten wat mijn overgrootvader kreeg. Mijn ooms vertelde dat hij erg dol was op varkensvet omdat ze dat vroeger kregen ten tijden van Birma. Meneer John vertelde: “We kregen erg weinig, ik zocht altijd naar insecten, van die dikke wormen, het was erg slijmerig maar voedzaam.” Als ik dat hoor walg ik, maar ik geloof zeker dat als je honger hebt dat je alles eet.


Het verhaal van mijn overgrootvader kwam wat meer op de achtergrond. De furie waarmee John vertelde was enorm. Toen hij uiteindelijk in Nederland kwam ging hij met pensioen. Eigenlijk wilde hij helemaal niet maar wat moest, dat moest. “Je hebt genoeg gedaan John”, werd hem verteld.


“Heeft u eigenlijk erkenning gehad?“, was mijn laatste vraag. John kijkt mij aan en staart in de verte alsof hij het allemaal opnieuw beleeft. “Er was geregeld dat ik een lintje zou krijgen van de Koningin, helaas is dat niet doorgegaan omdat de persoon die dit regelde plotseling stierf.

Elke nacht blijf ik er van dromen en hoor ik weer die stem, heb geduld John, je krijgt je eer nog wel”.


Zelf ben ik er stil van, iemand die zoveel heeft doorstaan, in elkaar geslagen is omdat hij niet over de Nederlandse vlag wilde lopen, helemaal niets krijgt? John die nog steeds helder van geest is, heeft te maken met gezondheidskwalen. Hij ziet bijna niets meer en begint doof te worden. Het laatste wat hij nog wil bereiken in zijn leven is die erkenning. Weinig mensen hebben het gehad, veel te weinig. Natuurlijk was er in de jaren 50, toen John terug kwam, veel gedoe in de maatschappij over de Indië kwestie. Anno 2012 moet het toch mogelijk zin om toch nog de eer te krijgen, die voor John en zoveel anderen zo belangrijk is. Ik hoop op de medewerking en hulp van alle Indische Harderwijkers (en omstreken) om de erkenning die John toekomt, voor elkaar te krijgen.


________________________________________________________________________________

Mijn roots?

Blond haar en hoewel ik nu in Arnhem op kamers woon had ik vrijdag 6 juli jl. toch het gevoel dat ik er bij hoorde. De tonen van krontjong muziek op de achtergrond. De lekkere spekkoek dat speciaal voor deze gelegenheid was gemaakt. Het plaatje was compleet.


Al ver voordat het twee uur was stroomde de mensen binnen. Het enthousiasme straalde er vanaf. Ze liepen lachend en soms met een schreeuw van herkenning naar elkaar toe. Het was ontroerend om te zien hoe deze mensen elkaar om de hals vlogen. Hele families die elkaar jaren niet meer hadden gezien begonnen meteen herinneringen op te halen. Het leek alsof het gisteren was dat ze buren waren en bij elkaar op de koffie gingen. Mevrouw Vrolijk zat glunderend op bank iedereen gade te slaan en te wijzen naar oude kennissen en vrienden die ze herkende. Een oude marinier die zelfs zijn eigen boek had mee genomen genoot ook zichtbaar. Hij kon wel niet meer goed zien of horen toch was hij erg helder van geest. Ik heb nog een poosje bij hem gezeten. Drie en half jaar heeft hij gevangen gezeten en gewerkt voor de beruchte dode spoorlijn in Birma. Hij leefde daar in onmenselijke omstandigheden. Slechts 16 jaar was hij toen hij gevangen werd genomen. Ik heb nog meer respect voor hem gekregen, nadat ik gisteren avond het boekje heb gelezen van de heer Klein. Het boekje is het laatste exemplaar en mijn moeder Geeske Hollander heeft het in bruikleen gekregen van zijn zonen. Dit boekje gaat ook over de beruchte Birma spoorlijn waar ook mijn overgroot vader aan gewerkt heeft.


OGB DesignHet Tempo Doeloe gevoel was er genoeg op deze dag. Nadat er een ontroerend gedicht werd voorgelezen door Joke Nijsen-Houben gemaakt door Theo Bakker. Werden de eerste twee boekjes van de Indische Harderwijkers in ontvangst genomen door de wethouder Pieter den Besten en werd er ook een exemplaar aan mij gegeven. Dit was een bijzonder moment ik had nooit kunnen weten dat een column op de website van Harderwiek zoveel teweeg kon brengen. Ik vind het ook een mooi aandenken omdat mijn oma er instaat. Ze wilde nooit iets vertellen over Indië maar heeft het nu toch gedaan. Ik kan nu altijd laten zien wie mijn oma is en daar ben ik trots op.


Ik heb zeer veel respect voor Otto Büttner, Theo Bakker en natuurlijk mijn eigen moeder Geeske Hollander. Ze hebben het toch maar op poten gezet en vind het daarom erg jammer dat deze namen niet eens zijn genoemd in het kranten artikel van de Stentor. Een beetje erkenning hebben ze wel verdient. Ze hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat het beroemde trio The Hearts of Soul kwamen optreden. Het was een groot succes zelfs mevrouw Vrolijk danste op haar 86ste nog mee op de opzwepende muziek alsof ze nog geen vijftig jaar was. Samen met haar vriendin. De mensen die niet meer zo mobiel waren, zaten ook te genieten ze zwaaiden vrolijk mee op de klanken. Ze hadden nog een prima gevoel van ritme. Er werd zelfs nog een toegift gegeven en ik kon duidelijk zien dat de dames het erg naar hun zin hadden. Deze groep kwam van oorsprong ook uit Harderwijk en hadden daardoor weer veel oude buurkinderen terug gezien die natuurlijk nu al wat ouder waren. Gelukkig was de erkenning voor de organisatie er wel bij de presentatie in de Oude Drukkerij. Je kunt merken dat veel mensen uit de Indische gemeenschap een samenzijn als dit hebben gemist. Er word nu al geroepen om een Soos of een Kumpulan. Zodat deze mensen weer samen kunnen zijn.


Nog lang na vijf uur was het gezellig in het restaurant de Oude Drukkerij. Ik kijk met goede gevoelens terug op deze dag en ben trots dat het ook wel mijn roots is. Het maakt niet uit dat je blond bent of bruin het Indisch zijn zit van binnen.


________________________________________________________________________________

De Tinnegieter

De meeste Harderwijkers kennen het winkelcentrum Tweelingstad wel in Harderwijk.

Achter dit winkelcentrum ligt de wijk “de Tinnegieter”. Deze wijk is daar rond de vijftiger jaren gebouwd toen er veel woningnood was in Nederland.


Nederland had vroeger veel koloniën, één kolonie was in die tijd Nederlands Indië. Nu bekend als Indonesië. Niet veel mensen weten dat mijn familie oorspronkelijk uit Indië komt. Aan mij zie je het in ieder geval niet. Ik ben een echte kaaskop. Aan mijn moeder kun je het nog wel een beetje zien want zij is lichtgetint en mijn oma, ja mijn oma is echt een klein Indische vrouwtje. Via omzwervingen in Nederland is mijn oma begin jaren 50 in Harderwijk gekomen. Mijn overgroot vader was KNIL militair in Nederlands Indië en nadat de politionele acties afgelopen waren moest hij met zijn gezin naar Nederland vertrekken. Mijn overgroot vader had toen al heel veel mee gemaakt. Hij heeft in de oorlog gewerkt aan de beruchte Birma spoorlijn in Siam. Mijn overgroot moeder zat in die tijd met zes kinderen in een Jappenkamp in Nederlands Indië. Gelukkig is alles toen goed afgelopen, maar eigenlijk was dit het begin van een grote reis naar het koude kikkerland. In die tijd kon je niet zomaar een huis krijgen. Daarom stond mijn overgroot vader met zijn familie op een wachtlijst. Totdat ze een huis konden krijgen in de nieuwe wijk de Tinnegieter in Harderwijk.

Deze wijk was toen nog in aanbouw. Totdat ze een woning konden betrekken zaten ze in Hotel Stadsdennen. Op die plek staat nu het nieuwe Van der Valk hotel.


OGB DesignUiteindelijk kregen ze een huis aan de Willem de Zwijgerlaan 25. Het was een huis met vier slaapkamers en alles was op miniatuurformaat. Het was behoorlijk wennen vergeleken met de vooroorlogse riante woningen in Nederlands Indië waar ze woonden in een mooie natuur met sawa’s, mangobomen en vulkanisch gebergte en de mystieke geluiden van Indië.

De Tinnegieter was een wijk voor onderofficieren. Mijn overgrootvader was namelijk Sergant-1. Hij was eigenlijk Sergant Majoor maar toen hij in Nederland kwam raakte hij al zijn strepen kwijt. Dit vind ik nog steeds heel erg onrechtvaardig maar dat is een andere hoofdstuk. In deze wijk woonde heel veel grote Indische gezinnen. Het rook er altijd naar trassi en andere exotische geuren. De Indische mensen namen ook hun gastvrijheid mee zoals mijn overgroot ouders. Iedereen mocht altijd mee-eten. Zelfs de melkboer en de huisarts (Dokter Kole). Mijn overgrootouders woonden in deze wijk met tien kinderen. Vijf stoere jongens en vijf mooie meisjes.


OGB DesignMijn familie was altijd erg muzikaal. Je had in die tijd veel Indo Rock bandjes. Mijn oudooms oefenden altijd in de kleine schuur met de deur open. Daardoor vulde heel de straat zich met muziek. Veel buurtkinderen en jongeren kwamen dan dansen. Er bloeiden natuurlijk ook veel relaties op. Mijn oma, de een na oudste dochter, heeft daar mijn opa leren kennen. Hij kwam altijd bij de buren. Hij was ook militair, een stoere Fries met een motor. Hij heeft ook in Indië gediend. Het is bijna niet voor te stellen dat de Tinnegieter in die tijd nog geen winkels had. Er liep een straat naar de oude binnenstad van Harderwijk. Nu de Deventerweg. Alle boodschappen werden vroeger nog bezorgd door de melkboer, de bakker en natuurlijk door de slager; Leen Pfrommer. De bekende schaatscoach van Ard Schenk en Kees Verkerk.


Mijn moeder is ook in deze wijk opgeroeid. Ze vertelde mij altijd dat ze vanaf haar kamer de koepel van het Dolfinarium kon zien. Dit was in 1967. Toen was alles nog niet zo volgebouwd als nu. Moet je nagaan hoe groot Harderwijk is geworden. Tussen de Tinnegieter en de Binnenstad was bijna niks gebouwd. Later is het winkelcentrum Tweelingstad gebouwd. Het oudste winkelcentrum van Harderwijk. Rijwielhandel Van der Geest nu Cosy-shop was er vanaf het begin. Hij had ook nog een benzine pomp voor de deur. Kan je dat voorstellen? Toen koste benzine nog een kwartje per liter. Helaas zijn de oude woningen van de Tinnegieter gesloopt.


De meeste Indische gezinnen zijn er niet meer; velen zijn overleden en diens kinderen zijn ergens anders gaan wonen. Mijn moeder is uiteindelijk als eerste bewoner met haar ouders in de Skanormeen terecht gekomen. Dat is in de Stadsweiden maar daar vertel ik een andere keer over.